Protocollen – Algemeen

Ondanks dat er steeds meer bewijs komt voor de toegevoegde diagnostische waarde van zenuwechografie, complementair aan EMG al zal het dit laatste in veel gevallen aanvullen ipv vervangen. Optimaal onderzoek van perifere zenuwen met echografie, vereist uniformiteit in de meting zelf die inmiddels in verschillende protocollen zijn vastgelegd (toegespitst op specifieke klinische vraagstellingen).  Als rode draad zijn er een aantal stappen in de metingen:

  • Beoordeling aspect van zenuw en meting van dikte in transversale richting (cross-sectional area) op vaste anatomische punten, voorts scannen en zn additionele metingen in proximale en distale segmenten van te onderzoeken zenuw.
  • Aanwezigheid van hypervascularisatie.
  • Beoordeling op anatomische varianten en relatie met ander omliggende structuren, zoals tenosynoviitis, callusvorming of plaat/schroefwerk, vaatmalformaties, fibreuze streng, etc.

In deze sectie staan de individuele protocollen voor de specifieke klinische vraagstellingen. Bij vraagstelling traumatisch letsel (axonotmesis/neurotmesis/neuroom) dient het hele traject van de gelaedeerde zenuw te worden gescand, omdat mn door tractie er op distale/proximale anatomische ophangpunten ook 2eletsels kunnen ontstaan.